Mijn eerste baan kan ik me nog goed herinneren. Eigenlijk was het niet mijn eerste baan, want daarvoor had ik al een feestelijke tussen-studies-door-horeca-carrière achter de rug. Maar dat kon geen werk heten, want het was te veel genieten.
Maar goed, daarna. Mijn eerste echte serieuze loopbaan-baan, zullen we maar zeggen. Mijn entree in het corporate leven na een opleiding in de bedrijfskunde. Het begin van een glanzende carrière.
Een prachtige baan bij Philips. Arbeidskundig analist bij hun grote componentenfabriek in Noord-Limburg. Roermond om precies te zijn. Degelijk, betrouwbaar en met mooie toekomstperspectieven. Om jaloers op te worden. Tenminste, dat vond mijn omgeving. En dat gevoel werd door mij vlijtig beaamd.
Het was januari 1983. Ik ging verwachtingsvol van start.
Het werd één grote deceptie. Vanaf de eerste werkdag voelde ik mij in een grauwe, grijze, sponzige wereld. Dat hightech bedrijf waar ik altijd zo tegenop had gekeken, bleek een oersaaie onderneming van uitgebluste mensen en taaie bureaucratie.
Het werk dat de arbeidsanalisten daar deden, was hopeloos uit de tijd. Ik ging klokken – ja, met stopwatch. En ik deed arbeidsmetingen in de fabriek. Controle van de mensen aan de machines. Zo voelde het althans, en niet alleen bij mij. Ze keken me op de werkvloer met argusogen aan.
Ik begon natuurlijk vol goede moed. “Niet te moeilijk doen. Het is een kwestie van wennen. Geef het gewoon een kans. Je gaat er vast nog lol in krijgen.”
Maar naarmate de weken maanden werden, groeide de wolk boven mijn hoofd. Ik worstelde mij van weekend naar weekend. De week werd de gevangenis, het weekend het verlof.
De goede moed sloeg om. “Is dit nou het werkende leven? Hoort een glanzende loopbaan er zo uit te zien? Moet dit nog veertig jaar gaan duren? Als ik hieraan ga wennen, wordt ik net zo’n zombie als de rest!”
Na drie maanden wist ik het zeker. Dat toekomstbeeld zou mij niet overkomen. Maar ik zou wachten tot de zomervakantie. Ik moest het nog een klein kansje geven. Dat beval de ratio in mijn hoofd.
Maar het solliciteren was reeds begonnen. Eigenlijk had ik Philips al vaarwel gezegd. Mijn carrière daar werd er een van uiteindelijk slechts een half jaar.
Het was in die jaren tachtig niet zo’n mooie periode voor de oude lampenfirma. Het duurde niet heel lang of zij scheerde langs de afgrond…
Het is de stijl van de “fabriek”
Je moet doen wat bij jou past en niet wat wenselijk is.
De maatschappij heeft verwachtingen van jou, net als je directe omgeving. Het is prima als die verwachtingen klikken met jouw persoon. Maar verloochen jezelf nooit. Dan maak je een grote fout. En niet alleen voor jezelf.
Seth Godin heeft het in zijn boek Tribes over de “fabriek”. Het is een metafoor die prima bij mijn ervaring bij Philips past, en waarvan ik zeker weet dat die ook voor anderen heel herkenbaar is.
Hij zegt:
Met ‘fabriek’ bedoel ik niet per se een gebouw met zwaar materieel, smerige vloeren en een kantine. (…..) Ik bedoel elke baan waarbij je baas je vertelt wat je moet doen en hoe je het moet doen.
En verderop:
Ergens verlangen we naar stabiliteit. We willen de afwezigheid van verantwoordelijkheid die een fabrieksbaan ons kan bieden. (…..) Dus toen de fabrieken verschenen, wilden we er maar al te graag bij horen.
Ik heb het je net bekend. Ik ben ooit met beide benen in die valkuil van de “fabriek” gestapt. Misschien heb ik me toen wel veel te veel door het idee uit het tweede citaat van Seth Godin laten leiden. Eigen schuld, dikke bult.
Maar gelukkig ben ik snel tot inkeer gekomen. Na mijn ervaringen bij Philips heb ik me alleen nog maar laten leiden door wat ikzelf wenselijk vond. Wat de maatschappij verwachtte, kon me voortaan gestolen worden.
De stappen die ik daarna nam, waren stuk voor stuk succesvoller, maar vooral ook veel gelukkiger. Met als voorlopig hoogtepunt het vrije werken dat ik nu doe.
Je moet doen wat je bent
Ik heb nog vaak aan mijn prachtige horecatijd moeten denken, want toen wist ik eigenlijk al hoe het wel moet. Eigenlijk was dat de echte start van mijn loopbaan in dit leven. Ik moest alleen mijn neus een keer flink stoten om het door te laten dringen.
De crux van dit verhaal is een wijsheid die bij vrije werkers hoort:
Er moet geen verschil zijn tussen wat je bent en wat je doet!
Pas als je doet wat je bent, ben je lekker bezig. Je levert betere kwaliteit, je kunt meer werk verzetten, je bent creatiever.
Dat komt door een simpel mechanisme. Jij wordt gelukkig van je werk, dat eigenlijk geen werk meer is. Je leeft niet meer van weekend naar weekend, en van vakantie naar vakantie. Maar je geniet iedere dag.
Dat heet het vrije werken.
Print dit artikel
Mail dit artikel
Ik geef je graag mijn e-book cadeau: 'De kortste weg naar Moeiteloos Bloggen.'
Het laat je zien hoe je artikelen uit je mouw schudt.
Ik geef je graag mijn e-book cadeau: 'De kortste weg naar Moeiteloos Bloggen.'
Het laat je zien hoe je artikelen uit je mouw schudt. Wil jij dat ontvangen? Schrijf je dan in. Je ontvangt meteen de waardevolle updates van VrijeWerker.nl. Gratis.
Met trots in de wacht gesleept: 387 stemmen voor Vrijewerker.nl (voorheen SayEbusiness.nl) -
{ 4 reacties… lees ze hieronder of voeg er een toe }
Ha Stan (leuk zo’n personal story met boodschap)
“Er moet geen verschil zijn tussen wat je bent en wat je doet!”–> of is het: er moet geen verschil zijn tussen WIE je bent en wat je doet? Bij ‘wat’ je bent, ga je gauw in rollen denken: ik ben zelfstandig ondernemer; ik ben moeder etc.
Bij ‘wie’ je bent, zijn mensen wel gauw geneigd met een rol te antwoorden, maar bij wie je bent, gaat het om alles van je: capaciteiten/vaardigheden; interesses; waarden; persoonskenmerken; gedrag; je rollen en je werk-&levenservaring.
Als de WIE je bent, overeenkomt met wat je doet, dan ben je authentiek en integer bezig. En als dan vooral je interesses en/of passies overeenkomen met wat je doet, is de kans heel groot dat : “Jij wordt gelukkig van je werk, dat eigenlijk geen werk meer is.”
ps: realiseer jij je ook dat als je zegt dat als werk niet meer als werk voelt, dat je dan eigenlijk altijd een negatieve associatie met werk hebt gehad? Eigenlijk zouden we i.p.v ‘mijn werk is zo leuk; het voelt niet als werk’, moeten zeggen: ‘mijn werk is zo leuk; zoals werk ook bedoeld is’. Maar ja, als je dat tegen een niet vrije werker zegt, verwacht ik wel tegengas!
ps nog een leuke overlap in onze ervaringen: allebei ervaring met arbeidskunde! Maar bij was (en is) de insteek dat ik juist kan adviseren hoe de werkplek en taken van iem. met een arbeidshandicap kunnen worden aangepast zodat hij ondanks zijn beperking toch kan werken en/of reintegreren.
Hoi Marlies,

Yep, klopt: ‘wat’ in de betekenis van ‘wie’
ps1: Dat is inderdaad waar, die negatieve associatie met het woord werk. Vrije werkers zijn daarmee aan het afrekenen. Maken er een positieve associatie van. Goed bezig
ps2: Mijn ervaring met de arbeidskunde is echt ‘old school’. Hoe haal je meer uit de machine die mens heet? Foute insteek! Toch goed daar nog even van geproefd te hebben, want het voelen doet je beter beseffen hoe fout die benadering was. Goed dat je aangeeft dat arbeidskunde ook heel andere kanten heeft.
Als ‘Tribes’ je is bevallen, kan ik ‘Onmisbaar’ van Seth Godin helemaal aanbevelen. Het is het verlengstuk van Tribes: werken in een fabriek en de regels volgen is niet meer van deze tijd. Als bedrijf moet je je ketters koesteren en ze de ruimte geven, alleen zo kan je bedrijf mee veranderen. En natuurlijk hoe je zelf een ketter wordt en je niets aan moet trekken van de regels en de status quo.
Of je wordt zelfstandig ondernemer.
Hi Patty,
Dank voor je tip. ‘Onmisbaar’ ga ik zeker lezen. Enorm inspirerend die Seth Godin. Mooie inzichten.
Vriendelijke vrije groet,
Stan